Een strakke baan ziet er simpel uit, tot de eerste luchtbel halverwege de muur opduikt. Juist daar gaat het vaak mis: niet bij het plakken zelf, maar bij de voorbereiding, de lijmverdeling en het gladstrijken. Met vliesbehang maak je het jezelf als beginner een stuk makkelijker, zolang je rustig werkt en de muur goed voorbereidt.
Deze klus valt in de categorie matig. Reken voor een gemiddelde kamer op 4 tot 8 uur voorbereiding, daarna 1 tot 3 dagen voor het behangen zelf. Een extra paar handen helpt, zeker bij de eerste banen.
Wat heb je nodig
Voor deze klus gebruik je bij voorkeur vliesbehang en lijm die daarbij past. Dit heb je klaar liggen:
- behang, bij voorkeur vliesbehang
- behanglijm voor vliesbehang, kant-en-klaar of als poeder, ongeveer €8-20 per emmer of pak voor circa 24 m²
- emmer en warm water
- schone doeken of sponzen
- behangroller voor de lijm, ongeveer €5-15
- behangspatel, aandrukborstel of aandrukroller, ongeveer €5-25
- scherp afbreekmes of stanleymes, ongeveer €5-15 inclusief reservemesjes
- meetlint, ongeveer €5-10
- potlood, ongeveer €1-2
- waterpas, loodlijn of laser, ongeveer €10-50
- plamuurmes, ongeveer €5-10
- muurvuller of vulmiddel, ongeveer €5-15
- schuurpapier of schuurmachine, ongeveer €5-20
- voorstrijkmiddel of primer, ongeveer €15-30 per liter of emmer
- afdekfolie of stucloper, ongeveer €5-20
- trapladder, ongeveer €30-100
- nadenroller, optioneel, ongeveer €5-15
- lijmspuit voor kleine luchtbellen achteraf
De totale materiaalkosten zonder het behang zelf liggen grofweg tussen €50 en €150, afhankelijk van hoeveel voorbereiding nodig is en welk gereedschap je al hebt.
Voor je begint
Een nette wand begint niet met lijm, maar met controle. Kijk eerst of de ondergrond droog, schoon en vlak genoeg is. Bij ernstige vochtproblemen in de muur, grote constructieve scheuren of twijfel over elektrische installaties is dit werk voor een erkend vakman.
Laat het behang eerst 24 uur acclimatiseren in de ruimte. Dat helpt om krimpen te voorkomen. Werk ook het liefst systematisch: leg al je spullen klaar en houd de werkplek schoon.
Voor een goede hechting speelt de ruimte ook mee. De ideale temperatuur ligt tussen 18 en 21°C, met een luchtvochtigheid van 50 tot 60%. Bij te warm weer droogt de lijm te snel, bij kou of vocht juist te langzaam.
Veilig werken tijdens het behangen
Voordat je rond stopcontacten of schakelaars werkt, schakel je altijd de stroom uit en controleer je met een spanningzoeker. Verwijder daarna pas de afdekplaatjes.
Gebruik daarnaast een stabiele trapladder of steiger. Werk bij voorkeur niet alleen en ventileer goed tijdens en na het aanbrengen. Let ook op met het mes en voorkom contact van lijm met ogen of huid.
Behang aanbrengen in 8 stappen
1. Bereid de muur voor
Verwijder oud behang en vul gaten of scheuren met vulmiddel. Schuur daarna oneffenheden glad.
Maak de wand vervolgens schoon, droog, stofvrij en vetvrij. Deze stap bepaalt voor een groot deel of je later blazen, loslatende randen of slechte hechting krijgt.
2. Test de zuiging en breng voorstrijk aan
Bevochtig de muur om te zien hoe snel die vocht opneemt. Trekt het water snel in, dan is voorstrijken nodig.
Breng in dat geval voorstrijkmiddel aan en laat dit 8 uur drogen. Zeker bij zuigende of poederige ondergronden is dit belangrijk, anders trekt de lijm te snel in de muur.
3. Schakel de stroom uit en dek alles af
Schakel de stroom uit in de ruimte waar je werkt en controleer met een spanningzoeker. Haal afdekplaatjes van stopcontacten en schakelaars weg.
Dek daarna de vloer en meubels af met folie of stucloper. Zo werk je sneller schoon en voorkom je schade door lijmspatten.
4. Meet de banen op en snijd ze op maat
Meet de hoogte van de muur en tel daar 10 cm extra bij op voor boven en onder. Snijd de banen daarna op maat met een scherp mes en een liniaal.
Controleer ook de batchnummers van het behang. Dat helpt om kleur- of structuurverschillen tussen banen te voorkomen.
5. Zet een loodlijn uit
Teken met een waterpas, loodlijn of laser een verticale lijn op de muur voor de eerste baan. Begin langs een deur of raam.
Die eerste rechte lijn is belangrijker dan veel klussers denken. Als de eerste baan scheef zit, loopt de rest meestal mee uit het lood.
6. Breng de lijm gelijkmatig aan
Gebruik de juiste lijm voor het gekozen type. Voor vliesbehang gebruik je vliesbehanglijm.
Smeer de muur in met een roller, iets breder dan één baan. Verdeel de lijm gelijkmatig en voorkom droge of juist dikke plekken. Veel luchtbellen ontstaan precies hier, door te weinig, te veel of ongelijkmatig aangebrachte lijm.
7. Plaats de baan en strijk direct glad
Zet de eerste baan langs de loodlijn op de muur. Strijk die meteen glad vanuit het midden naar de zijkanten met een behangspatel, aandrukborstel of aandrukroller.
Werk rustig en druk niet te hard. Te snel of te stevig aandrukken kan het materiaal beschadigen of lijm naar buiten persen. Controleer direct na elke baan op luchtbellen en strijk ze meteen weg.
8. Snijd af en controleer de naden
Snijd overtollig materiaal langs plafond, plinten en kozijnen af met een scherp mes en een liniaal of spatel. Doe dit pas als de baan strak zit, anders vergroot je de kans op scheuren.
Controleer daarna de naden en druk ze goed aan, eventueel met een nadenroller. Veeg lijmresten direct weg met een schone, vochtige doek.
Zo voorkom je luchtbellen
Luchtbellen in behang ontstaan meestal door een combinatie van factoren: een stoffige, zuigende of oneffen muur, te weinig of te veel lijm, ongelijkmatige verdeling of onvoldoende gladstrijken. Daarom werkt deze volgorde zo goed: eerst de ondergrond op orde, daarna pas meten, lijmen en aandrukken.
Controleer elke baan meteen na het aanbrengen. Kleine luchtbellen verdwijnen soms tijdens het drogen, vooral bij vliesbehang. Zie je later toch nog een hardnekkige plek, dan kun je met een fijne lijmspuit extra lijm achter de bel spuiten en het oppervlak weer gladstrijken.
Bij grotere bellen van meer dan 2 cm die niet weg te strijken zijn, kun je een verticale insnijding maken, lijm erachter spuiten en daarna gladstrijken.
Veelgemaakte fouten
Ondergrond overslaan
Een muur die niet schoon, droog en glad is, geeft snel slechte hechting, blazen en loslatende banen. Neem dus de tijd voor vullen, schuren en schoonmaken.
Verkeerde lijm kiezen
Gebruik lijm die past bij het type behang en de ondergrond. Vliesbehanglijm hoort bij vliesbehang, papierlijm bij papierbehang.
Lijm ongelijkmatig verdelen
Droge plekken zorgen voor slechte hechting. Te dikke plekken vergroten de kans op blazen en rommelige naden.
Te hard aandrukken
Rustig werken geeft vaak een beter resultaat dan forceren. Strijk gelijkmatig vanuit het midden naar buiten.
Te vroeg afsnijden
Snijd niet meteen terwijl de baan nog niet goed strak zit. Dat kan scheuren veroorzaken.
Handige extra tips voor een strak resultaat
Bij donker behang kan het helpen om de muur vooraf in een vergelijkbare kleur te schilderen. Zo vallen witte naden minder op.
Werk je met een lichte of doorschijnende soort, zorg dan voor een egale, lichte ondergrond of gebruik witte behanggrond. Dat voorkomt dat kleurverschillen uit de muur door het oppervlak heen zichtbaar blijven.
FAQ
Waarom ontstaan luchtbellen in behang?
Meestal door te weinig of te veel lijm, ongelijkmatige lijmverdeling, een stoffige, zuigende of oneffen ondergrond, of doordat je niet goed hebt gladgestreken.
Hoe lang moet behang drogen?
Gemiddeld 24 tot 48 uur, afhankelijk van de soort, de temperatuur en de luchtvochtigheid.
Kan ik over oud behang heen werken?
Dat kan, mits het oude behang goed vastzit, niet beschadigd is en geen reliëf heeft dat doorschijnt. Maak de ondergrond wel stof- en vetvrij.
Moet ik de muur voorstrijken?
Bij zuigende of poederige ondergronden wel. Voorstrijken is dan essentieel voor goede hechting en voorkomt dat de lijm te snel intrekt.
Welke lijm gebruik ik?
Dat hangt af van het type wandbekleding en de ondergrond. Voor vliesbehang gebruik je vliesbehanglijm, voor papierbehang papierlijm.
Wat als er na het drogen nog luchtbellen zijn?
Kleine bellen kun je soms nog naar de rand wegtrekken. Hardnekkige bellen kun je via een klein gaatje van lijm voorzien en daarna gladstrijken.



