Een patroon dat halverwege de muur verspringt, trekt meteen alle aandacht. Precies daarom vraagt behangen met motief net wat meer voorbereiding dan een effen rol plakken. Met de juiste volgorde, een strakke eerste lijn en aandacht voor de rapportage laat je de banen netjes op elkaar aansluiten.
Deze klus is van het type afwerken en valt in de categorie matig. Reken voor een gemiddelde kamer op 4 tot 8 uur, exclusief droogtijd van voorstrijk. Je kunt het alleen doen, maar met 2 personen is het handiger, vooral bij lange banen.
Wat heb je nodig
Voor patroonbehang aanbrengen heb je dit nodig:
- behangtafel of stevige ondergrond, ongeveer €30 tot €100
- behangborstel of aandrukroller, ongeveer €5 tot €15
- stanleymes of afbreekmes, ongeveer €5 tot €15
- schaar, ongeveer €5 tot €10
- waterpas of loodlijn, ongeveer €10 tot €30
- rolmaat of meetlint, ongeveer €5 tot €15
- potlood, ongeveer €1 tot €2
- emmer, ongeveer €2 tot €5
- spons of doek, ongeveer €2 tot €5
- behanglijm, afhankelijk van het type behang, ongeveer €10 tot €30 per pak of emmer
- behang, afhankelijk van kwaliteit en merk, ongeveer €15 tot €80 per rol
- primer of voorstrijk, indien nodig, ongeveer €15 tot €40 per liter
- afdekfolie of stucloper, ongeveer €5 tot €15
De totale materiaalkosten liggen grofweg tussen €50 en €200, exclusief het behang zelf.
Voor je begint
Werk op een stabiele trap, draag handschoenen en zorg voor goede ventilatie. Dat voorkomt gedoe met vallen, snijwonden en huidirritatie door lijm. Snijd altijd van je af en zet de trap op een vlakke, droge ondergrond.
Dek de vloer af met folie of stucloper en leg al je gereedschap klaar. Bij banen met dessin helpt het om eerst te bepalen waar het patroon het best in beeld komt. Begin daarom bij voorkeur bij een opvallende hoek of bij een raam.
Controleer ook de muur. Een zuigende of poederende ondergrond vraagt om voorstrijk, zodat de lijm beter hecht en gelijkmatiger droogt.
Behangen in 7 stappen
1. Bereid de ondergrond goed voor
Reinig de muur, vul gaten en schuur oneffenheden glad. Breng eventueel primer of voorstrijk aan als de ondergrond daarom vraagt.
Laat die laag goed drogen. De droogtijd ligt tussen 2 en 24 uur, afhankelijk van de situatie.
2. Teken de eerste baan nauwkeurig af
Meet de breedte van de baan en trek daar 3 cm vanaf. Teken vanaf een hoek een loodrechte lijn met een waterpas of loodlijn.
Die eerste lijn bepaalt de rest van de wand. Wie hier scheef begint, krijgt het patroon verderop bijna nooit meer mooi doorlopend. Voor extra precisie kun je een laserwaterpas gebruiken.
3. Snijd de banen op maat met patroonmarge
Rol het behang uit op de tafel of een stevige ondergrond. Houd rekening met de patroonherhaling, ook wel rapport genoemd.
Tel per baan 5 tot 10 cm extra boven en onder op. Zo heb je ruimte om het motief goed te laten aansluiten en later strak af te snijden. Een handige werkwijze is om de gesneden banen aan de achterkant te nummeren, zodat je de volgorde bewaart.
4. Breng de lijm op de juiste plek aan
Verdeel de lijm gelijkmatig volgens de instructie van het behangtype. Bij vliesbehang gaat de lijm op de muur. Bij papierbehang smeer je de baan zelf in en laat je die inweken.
Werk gelijkmatig. Te weinig of ongelijk verdeelde lijm geeft snel luchtbellen of naden die later zichtbaar worden. Als je twijfelt over vlekgevoeligheid, test de lijm dan eerst op een onopvallende plek.
5. Plak de eerste baan strak langs de lijn
Plaats de eerste strook van boven naar beneden langs de afgetekende lijn. Houd ongeveer 5 cm overlap aan bij plafond en plint.
Druk het behang daarna goed aan. Werk daarbij met de borstel of roller rustig verder over het oppervlak, zodat de baan vlak komt te liggen.
6. Sluit de volgende banen exact aan
Plak elke volgende baan strak tegen de vorige aan. Laat het patroon precies doorlopen en voorkom overlap.
Druk daarna opnieuw goed aan met een behangborstel of roller. Werk van het midden naar buiten om luchtbellen weg te strijken. Bij vliesbehang kan een nadenroller helpen om de naden extra aan te drukken. Leg bij twijfel de banen eerst droog uit en markeer het patroon voordat je gaat plakken.
7. Werk strak af en verwijder lijm direct
Snijd overtollig materiaal boven en onder af met een stanleymes langs een liniaal. Gebruik altijd een scherp mes, want een bot lemmet laat het behang sneller scheuren.
Neem lijmresten direct af met een schone, vochtige spons. Wacht met het afsnijden bij voorkeur tot het behang licht is gedroogd, dan scheurt het minder snel. Zorg tijdens het drogen voor een constante kamertemperatuur en vermijd tocht.
Waar het vaak misgaat
Patroon verspringt
De banen sluiten dan visueel niet goed op elkaar aan en dat valt direct op. Meestal gebeurt dit doordat de stroken te snel zijn geplakt zonder eerst het motief goed te controleren.
Leg daarom vooraf een paar banen droog uit en markeer waar het patroon moet aansluiten. Dat kost even tijd, maar voorkomt veel correctiewerk.
Luchtbellen onder het behang
Dit ontstaat vaak door ongelijkmatige lijmverdeling of door te weinig aandrukken. Strijk daarom steeds goed na met een behangborstel, van het midden naar buiten.
Zichtbare naden
Naden vallen op als banen overlappen of juist te ver uit elkaar staan. Plak ze strak tegen elkaar aan, zonder overlap.
Scheuren bij het snijden
Een bot mes trekt eerder dan dat het snijdt. Vervang het mes op tijd of gebruik een scherp afbreekmes.
Lijmvlekken op het oppervlak
Lijm die blijft zitten, kan zichtbaar opdrogen. Neem vlekken daarom meteen weg met een schone, vochtige spons.
Handige tips voor een strakker resultaat
Begin op een plek waar het patroon goed zichtbaar is, zoals bij een raam of opvallende hoek. Daar valt een nette aansluiting het meest op.
Werk met 2 personen als je lange banen hebt. De een houdt en positioneert, de ander stuurt en drukt aan. Dat werkt rustiger en nauwkeuriger.
Nummer de banen aan de achterkant zodra je ze snijdt. Zeker bij een dessin met herhaling raak je anders makkelijk de volgorde kwijt.
Let tijdens het drogen op de ruimte. Een constante temperatuur en zo min mogelijk tocht helpen om het behang mooi te laten zetten.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken ik hoeveel rollen ik nodig heb?
Meet de hoogte en de omtrek van de kamer en deel dat door de rolbreedte. Houd daarnaast rekening met patroonrapport en snijverlies van ongeveer 10 tot 15%.
Moet ik altijd voorstrijken?
Bij zuigende of poederende ondergronden wel. Voorstrijk zorgt dan voor betere hechting en een egalere droging.
Wat is het verschil tussen vliesbehang en papierbehang?
Bij vliesbehang breng je de lijm op de muur aan. Papierbehang smeer je zelf in en laat je eerst inweken.
Hoe verwijder ik oude behangresten?
Dat doe je met een behangafstomer of met behangafweekmiddel.
Hoe voorkom ik openstaande naden?
Zorg voor een goede ondergrond, gebruik voldoende lijm en plak de banen strak tegen elkaar.
Kan ik over oud behang heen werken?
Dat kan alleen als het oude behang glad, egaal en goed vastzit. In andere gevallen is eerst verwijderen de nettere route.



